Oorsprong benamingen

Technisch gezien kun je ze als volgt onderscheiden:

  • Belgische stijl Blond: Bovengistend, 4,5 tot 6,5%, lichte tot medium body, fruitig, licht- tot donkerblond
  • Belgische stijl Dubbel:    Bovengistend, 6 tot 8%, medium tot volle body, nootachtige en zoete smaken en smaak van de gebrande granen, karamel tot bruine kleur
  • Belgische stijl Tripel: Bovengistend, 7 tot 10%, medium tot volle body, complex en gelaagd van smaak, aromatisch maar gebalanceerd, stroblond tot barnsteen kleur. 

    Ze verschillen dus behoorlijk, o.a. in alcohol percentage. 

Onderstaande twee verklaringen voor de namen zijn allebei waar en je mag dus zelf beslissen welke je gaat vertellen in het café:

  • Voor een Dubbel is meer mout nodig dan voor een Blond en voor een Tripel nog meer. Niet letterlijk de dubbele of driedubbele hoeveelheid maar het gebruik van meer mout is absoluut een verklaring voor de verschillende namen.
  • Het andere verhaal is dat er verschillende bieren in het klooster waren, te gebruiken op verschillende momenten. Om het verschil aan te geven werd op de vaten één kruis aangebracht voor het Blond, twee voor het Dubbel en drie voor het Tripel. Meer kruizen betekende dus sterker bier en op deze manier was dit ook te herkennen door ongeletterden.

Foodpairing

Blond, Dubbel of Tripel: met alledrie kun je heerlijk koken! Je kunt er een heerlijk driegangen menu mee bereiden:

  • Als voorgerecht neem je een salade met asperges of geitenkaas gecombineerd met de Blond van Curtius of Bloesem Blond van Gebrouwen door Vrouwen;
  • Je hoofdgerecht wordt een risotto waarbij de witte wijn voor de bereiding wordt vervangen door een Tripel van Rolduc of La Trappe;
  • Als nagerecht appeltjes in bierbeslag, geserveerd met een bolletje kaneel-ijs en een Maredsous Brune of een Westmalle Dubbel.

Veel plezier met koken en proeven!

Bottoms up!